We waren zo ontzettend op ons gemak op ons plekje bij de rivier — onze eerste Kazachse nacht — dat we het spectaculair rustig aan deden. We kwamen super traag op gang, zo lummelend dat we pas ver na de middag, na de lunch, echt vertrokken.
Het plan voor de dag was in feite asfalt vreten, want in dit deel van de steppe zijn er geen grote afleidingen op de kaart. De weg is een oneindige rechte lijn die de horizon in tweeën snijdt en een leeg, vlak landschap doorkruist. Toch waren er een paar dingen die onze neuzen tegen het raam deden plakken. Ten eerste de moslimbegraafplaatsen: die zijn fantastisch, het lijkt wel alsof elk graf een miniatuurhuisje is met prachtig metselwerk, waardoor er ware woonwijken voor de eeuwige rust ontstaan. Het tweede was het zien van de eerste kamelen die vrij rondliepen langs de weg, plus een Sovjetmonument midden in het niets dat het bestaan van een dorp aankondigde dat vanaf het asfalt niet eens te zien was.
Wat de logistiek betreft, stopten we bij een kleine supermarkt om de voorraad aan te vullen en, tot grote vreugde van Papi Edu, kun je hier zonder problemen met een kaart betalen. Wat minder makkelijk was, was de zoektocht naar water. Het was geen noodsituatie, maar het was wel verstandig om bij te vullen. In dit deel van het land zijn er geen fonteinen of bronnen; wat ze wel hebben zijn openbare automaten om flessen met gefilterd drinkwater te vullen, maar die werken met lokale munten of een mobiele app genaamd Kaspi, en aangezien we geen van beide hadden, grepen we mis.
Het grootste deel van de dag was de weg een luxe: twee rijstroken met perfect asfalt waardoor we heel snel konden opschieten en zo'n 250 kilometer aflegden zonder dat we het doorhadden. Het probleem ontstond aan het einde. Juist de laatste 20 kilometer voor aankomst in Atyrau was de snelweg volledig verdwenen vanwege monumentale wegwerkzaamheden. Al het verkeer, inclusief gigantische vrachtwagens, werd gedwongen om uit te wijken via tijdelijke paden van zand, stenen en dikke modder, waarvan we niet wisten of het oeroude wegen waren of geïmproviseerde omleidingen voor de bouw. Wat een geschud voor de camper, het leek wel alsof we in een pretpark waren.
Tussen de modder en de stenen door viel de nacht en het was al pikkedonker toen we eindelijk Atyrau binnenreden. We reden direct naar een parkeerplaats voor een stadspark. De grond stond een beetje onder water door de regen, maar Papi Edu manoeuvreerde fantastisch en loodste ons naar een perfect plekje, precies tussen een Franse camper en een tot camper omgebouwde vrachtwagen uit Nederland in. We konden niemand begroeten omdat iedereen, gezien het late uur, al lekker in zijn camper zat.
We zijn inmiddels geïnstalleerd in ons hoekje, hebben gegeten en zijn klaar om de ogen te sluiten op deze geïmproviseerde internationale camping. Eens kijken hoe Atyrau eruitziet bij dageraad.
Reactie toevoegen