Vandaag begonnen we rustig, zonder haast, en zetten we koers om Sithonia te verkennen, de tweede van de drie "vingers" van Chalkidiki. Men zegt dat het minder bevolkt en minder toeristisch is, en dat merk je. Minder mensen, meer natuur en meer het gevoel dat je echt je eigen gang kunt gaan.
Met de auto reden we door tot we bij een strand kwamen genaamd Orange Beach. We parkeerden onder wat pijnbomen, op een behoorlijk mooie plek, van die plekken die je meteen uitnodigen om te blijven. Vanaf daar gingen we wandelen langs de kust. Op het meer "normale" deel van het strand waren de mensen behoorlijk warm aangekleed. Het was weliswaar zonnig, maar er stond ook een koude wind die je duidelijk maakte wie de baas was.
Maar we liepen nog een stukje door en de boel veranderde. We kwamen bij een gebied met afgeronde rotsen, heel zacht, heel apart, alsof iemand ze eeuwenlang stuk voor stuk had staan polijsten. Vanaf daar kon je het schiereiland Athos in de verte zien, met de berg Athos die boven het landschap uitstak en de top verscholen in de wolken. Heel indrukwekkend allemaal, echt zo’n berg met een verhaal.
Tussen die rotsen waren kleine hoekjes waar de wind niet bij kon, maar de zon wel. En daar was het heerlijk vertoeven. Dus vonden we ons plekje en installeerden we ons een tijdje. Ik, zoals altijd, met mijn bal. Want een strand zonder bal is als een wandeling zonder geurtjes; het slaat nergens op. Rennen, graven, verstoppen, weer tevoorschijn halen… het gebruikelijke ritueel. Papi Edu probeerde ondertussen als een hagedis in de zon te liggen, maar zonder al te veel te bewegen, want de wind was meedogenloos. De temperatuur was iets hoger dan gisteren en er was ook meer zon. Het was prima te doen als je de juiste plek vond.
Daarna gingen we terug naar de camper, aten we rustig wat en rond vier uur reden we verder. En toen kreeg Papi Edu het in zijn hoofd om eens goed op de kaart te kijken en besefte hij iets: de omweg vanaf Thessaloniki was een stuk groter geweest dan het leek. In een rechte lijn viel het misschien wel mee, maar met alle wegen, bochten en verkenningen hadden we meer kilometers gemaakt dan een hond achter een step aan.
Eerlijk gezegd was er ook niet bijster veel te zien in de trant van "verplichte bezienswaardigheden". Het was meer natuur, stranden, wegen… en hier en daar een oude steen, waarvan we er inmiddels al aardig wat gezien hebben. Maar hé, het was de moeite waard. Deze streek op deze manier leren kennen, zonder haast, heeft wel wat.
We maakten een korte stop in Pyrgadikia, een heel Grieks dorpje met een klein haventje. Zo een die je je in de zomer voorstelt met muziek, volle terrassen en dansende mensen. Nu was het er behoorlijk rustig, bijna uitgestorven, alsof het zat te wachten tot het seizoen zou beginnen.
Daarna voegden we in op de hoofdweg, de E90, die min of meer de kust volgt, en we reden door tot een plek die we al kenden van tweeënhalf jaar geleden, toen we uit Turkije kwamen. Een ongerept, enorm strand, midden in de natuur.
De naam… dat is weer een ander verhaal. Afhankelijk van welke kaart je bekijkt, heet het steeds anders: Kavalas, Paggeo, Orfano, Loutra Eleftheron, Amphipolis, Vrisi, Mikri, Kaap Apollonia. Een grotere chaos dan wanneer je één hond roept en er drie komen aanrennen. Dus hebben we besloten om degene te kiezen die we het leukst vinden: Kaap Apollonia.
Het strand is spectaculair, heel lang en wild, maar het weer was omgeslagen. Kouder en behoorlijk wat wind. Toch vonden we een plekje dat enigszins beschut was tussen wat bomen, met direct uitzicht op zee. Precies genoeg om comfortabel te zijn zonder in te leveren op het uitzicht.
Er staat nog een andere camper in de buurt, maar die is hoger blijven staan. Hier beneden zijn de paden meer voor 4x4's, dus niet iedereen durft dat aan. Wij natuurlijk wel.
En hier blijven we slapen. Met wind, met de zee voor ons en met ruimte zat. Een mooi einde van de dag.
Reactie toevoegen