We vertrokken van de plek waar we hadden geslapen, die overigens erg goed was, al was er dat constante geroezemoes van de snelweg op de achtergrond. Niets ernstigs. We hebben goed geslapen, en dat is wat telt.
Vandaag was het plan om richting Istanboel te gaan, maar eerst maakten we een omweg naar Çorlu. Papi Edu had een missie: de HGS-sticker voor de tolwegen regelen, omdat ze daar in Turkije nu strenger op zijn dan tijdens onze vorige reis. De omweg was ongeveer 40 kilometer, best te doen... maar nutteloos.
We probeerden het bij drie tankstations die volgens de kaart die verdomde sticker zouden moeten hebben. Niets. Daarna bij een piepklein postkantoor. Ook niets. Zo verloren als een speurneus zonder spoor. Dus uiteindelijk gingen we zonder sticker de tolwegen op.
Het systeem hier is merkwaardig. Er zijn rijstroken waar je moet stoppen en direct moet betalen, meestal met een kaart. En andere waar je niet eens vaart mindert: je rijdt onder een poort door die het kenteken scant. Als je de HGS-sticker hebt, wordt het automatisch afgeschreven. Zo niet, dan is er ook niets aan de hand... in theorie heb je vijftien dagen de tijd om online of bij kantoren te betalen. Kortom: eerst rijden en dan zien we wel weer. Ze vertrouwen de mensen echt.
De snelwegen zijn een wonder. Bijna overal drie rijstroken, weinig verkeer en je schiet lekker op. Heel erg lekker. Het is heerlijk rijden zo, eerlijk waar.
En plotseling... Istanboel.
Een gigantische stad, bijna zestien miljoen inwoners. Wij gingen er niet eens naartoe voor een bezoek; we hebben het al gezien in 2023 met oom Javi, en Papi Edu is er al een paar keer geweest. Toch maakt het oversteken indruk. We dachten dat het een chaos zou zijn, maar nee. Alles liep behoorlijk soepel, op een kleine file van een paar minuten na.
We staken de Bosporus over via de Fatih Sultan Mehmet-brug, lieten Europa achter ons en kwamen in Azië terecht zonder uit de auto te stappen. Dat blijft altijd iets bijzonders hebben, van continent wisselen alsof je van rijstrook wisselt.
Na zoveel tijd in de auto stopten we bij een groot tankstation. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om mijn poten te strekken alsof mijn leven ervan afhing, en Papi Edu verorberde een tavuk dürüm bij een zaak genaamd Dürümle. Een soort fastfood, maar dan in dürüm-versie. Hij blij, ik toekijkend, zoals altijd.
We vervolgden onze weg naar het oosten, weg van de stad, nog steeds via snelle snelwegen. Gemakkelijke kilometers. Totdat we eindelijk afsloegen, wat rondjes reden op kleinere wegen en een plek vonden die wél goed was.
Gras, bomen, koeien naast de camper, zon... en rust. Van die plekken waar je uit de auto stapt en meteen weet: hier blijven we. Ik deed een snelle inspectie, alles in orde. De koeien waren een beetje groot, maar wel beleefd.
Dus hier blijven we. Goede plek, een goed einde van de dag.
En wat die tolwegen betreft... dat lossen we wel op. Het is vast niet ingewikkelder dan een hond duidelijk maken dat hij niet op bed mag. Nou ja, misschien ook wel. Maar dat zien we dan wel weer.
Reactie toevoegen